Lima. Week twee.

Ik hoor het je al denken.
  Waar is week één gebleven?
  Who knows.
  Ik weet er al bijna niets meer van, en dat wat ik nog wel weet is te veel om op te noemen. Het zijn flarden van herinneringen, onsamenhangende kluwen van rafelige lappendekens. Vertrek vanuit Rotterdam, afscheid op Schiphol, toch nog last minute stress, de 13 uur durende vlucht, quite uneventful, de transfer naar ons gebouw door City Manager F. die me met een opgeblazen speelgoedlama op stond te wachten, de eerste ontmoetingen met een aantal mede-‘coelhos’ (spreek uit: koe-wel-joos), op drie canadezen en ondergetekende na allemaal amerikanen, de eerste Pisco Sour én Chilcano, de kennismaking met het appartement, hé, toevallig tóch privé de eerste maand!, de sigaretjes op het balkon, het pakje dat mijn laatste moest worden, de klamme kou onder een grijze lucht, een vergooide maandagochtend me afvragend wat ik hier nu in vredesnaam kwam doen, dan maar boodschappen doen, nee, eerst geld pinnen, oh, dat kan niet dáár, want daar waarschuwt een meneer me vriendelijk dat deze automaat VISA-kaarten inslikt, okee… dan maar … dáár?, waar de transactie me ongeveer acht dollar kost; misschien had ik toch het wisselkantoortje moeten pakken waar de kleine, wollig ingepakte peruaanse mevrouwtjes met rekenmachines staan te zwaaien; ik vroeg me nog af – wie koopt er nou nog rekenmachines, maar nee, deze wisselen geld, en zulke oude rekenmachines, met van die grote knoppen, die zien er betrouwbaarder uit, of meer herkenbaar… de eerste middag in de coworking space, de eerste avond een meer officiële kennismaking, vrijwel iedereen aanwezig, er is sprake van een nu al legendarisch mysterieuze figuur die gister door sommigen dronken is herkend, maar waarover, in deze fase, blijkbaar, slechts gefluisterd wordt, hooguit binnensmonds gepraat, terwijl niet de gesprekspartner maar de omgeving schichtig in de gaten wordt gehouden… De namen, de amerikaanse accenten, de andere, haast even mysterieuze ontbrekende figuur die ook “oet” Canada komt, maar verdwaald leek te zijn in Mexico…, de eindeloze presentaties over de belachelijke hoeveelheden excursies die we kunnen doen, de zorg vanuit de organisatie voor alle aspecten, de nadruk op wederzijds respect, de Dinner Roulette met vijf van de vijfentwintig groepsleden, het ongelooflijk lekkere vlees dat zij wel had besteld maar mijn burger was ook oké, de biertjes, het gesprek, de herkenning van de doelen, ideeën en verwachtingen, de schijnbaar smalle culturele kloof tussen Europa en Amerika maar een toch nóg smallere kloof tussen Nederland en Canada, de geluiden van de stad, het verzoek of we toch onze Pecha-Kucha slides en voorstelrondjes wilden insturen, de Pecha-Kucha slides van iedereen, de voorstelpresentaties, de eerste Ceviche en iets van kip met rijst, de reisgenoot die wel de moeite heeft genomen in een paar maanden Spaans te leren, het oefenen van de uitspraak van mijn naam – nu al een running gag voor de rest van het jaar, niemand aan de tafel die ooit van Nietzsche heeft gehoord, zelfs niet “Gott ist tot”, mijn verbazing, nog steeds, de laatste sigaret – dat is dat, een werkdagje, een avond met nog meer presentaties – yawn, een voorstelrondje met spirit animals, haha, een lunch bij hét restaurant van Perú, volgens sommige bronnen de nummer vier van de wereld, de nummer één van de vrouwelijke topchefs, nou ja, het waren in ieder geval vijftien gangen mét dranken-arrangement, de wandeltocht terug naar Miraflores door Barranco, ‘s-avonds de voetbalwedstrijd Perú-Chile, twee-nûhûûûûl, twee nûûûl, feest, bandje, shotjes, nog meer Chilcano’s, een klein katertje, niets waar een cocktailworkshop niks aan kan doen – zelf Pisco Sours en Chilcano’s maken, lekker! doe maar nog een!, niet meer zo goed weten hoe die avond eindigde met drie slapende mensen op mijn bank, de volgende dag de bus missen naar een weekend vol activiteiten in Huacachina – geeft niet, een ontspannen brunch bij LarComar, weer terug naar het appartement, toch besluiten nog een rondje te lopen, 4 uur later thuiskomen, vroeg naar bed, de volgende dag alsnog naar Huacachina, drie uur in de bus, twee uur wachten op de rest, nog anderhalf uur in de bus, dan lunch, dan nog een stukje lopen om bij de oase aan te komen, een meertje omgeven door wat huizen omgeven door hoge zandduinen, waar we in grote sand buggies over de heuvels worden gescheurd – de python is er niks bij … sandboarden – doe maar op je buik, dat is veiliger, nee we moeten wel opschieten anders halen we de zonsondergang niet, de zonsondergang, zo, die is onder, gauw weer terug want we moeten nog vier uur terug in de bus, allemaal in de rij om ons eten af te rekenen, “¿Te nombre? ¿Que? ¿Gharhar’d? ¿Que?”. Doe mij nog maar een coronaatje. Vier uur wordt vijf uur. Thuis, nog geen zin om te slapen, dat was week één… pfff.
  Dat was week één.
  En dat was nog niet eens alles, er was ook nog yoga en salsa-muziek en een sanguecheria en een park met katten en een lelijke kerk, en muurschilderingen, zo veel muurschilderingen en, en, ……


  Week twee is bijna voorbij.
  Die begon maandag na een dagje werk met Pollo a la Brasa van Don Tito, getrakteerd door één van onze Canadese reisgenoten, BYOB. Gezellig, niet heel laat, wel gezellig en veel gelachen. Inmiddels is duidelijk dat één van de mysterieuze figuren altijd legendarisch zal blijven. Hij is, zonder dat precies duidelijk wordt waarom, naar huis gestuurd. “We decided that this was not a point in his life that such a thing as Remote Year would benefit him”, zoiets. De mate van discretie valt te bewonderen en tegelijkertijd spreekt het tot de verbeelding. Contact met de politie? Drugs? Prostitutie? Wapenhandel? Kidnapping? Het kan allemaal, kijk de volgende keer naar “Unleashed From America – True Stories”. Bumbumbuuuuum.
  Verder weinig bijzonders, hoor. Alleen maar de beste taco’s ooit, een barbecue thuis bij de half-peruaanse, half-japanse kok annex fotograaf annex tour guide annex ‘all time hustler’, annex cocktail-workshopinstructeur, annex gitaarspeler, annex home-made-THC-koekjesbakker… Oh, én vanavond.
  Ja, vanavond.
  “Friday night, we’ll hit bar street.”
  “We’re drinking tomorrow, remember?!”
  “No, not tonight, but I’ll join you guys Friday!”
  Ik had er warempel zin in.
  Totdat vanmorgen het bericht verspreidde dat een reisgenoot positief getest was op Corona. Oeps. Meerdere mensen, waaronder ikzelf, kampten met een ‘stomach bug’ of ‘congestion’. Ik realiseerde me later dat congestion op de holtes in het hoofd duidde, niet op de darmen. Nu laat iedereen zich testen en zitten we allemaal in quarantaine, er zijn er zes positief getest.

Ik wacht nog op de uitslag…

2 Comments

Leave a Reply

Your email is never shared.Required fields are marked *