Norma

Dat God ons leert om dankbaar te zijn, geduld te hebben, liefde te tonen aan onze familie en dat dát is wat belangrijk is in het leven, zeker in tijden van langdurige ziekte in een gezin dat noodgedwongen gebroken is, waar de kinderen niet in hetzelfde huis kunnen wonen omdat er domweg geen ruimte is – dat vertelt Norma in een speech tijdens de inzegeningsceremonie van het huisje dat we hebben gebouwd.

Jason, een ventje van hooguit tien mag met de hamer een piñata kapotslaan: een plastic tas met daarin een fles drank en een bosje bloemen. We sjouwden een paar uur eerder de spullen met gebundelde krachten over de grijsbruine keien langs de casitas van de buren, soms met vrolijke kleuren beschilderd, maar meestal net zo troosteloos als de kilometerswijde bergachtige woestenij, een sloppenwijk aan de rand van San Juan de Lurigancho, het armste district van Lima met circa een miljoen inwoners die vrijwel allemaal onder elke denkbare inkomensgrens leven. Het regent hier maar twee keer per jaar, dus je kunt schilderen met watergedragen verf. Veel meer dan een paar MDF platen met een golfplaten dak is het niet, zo’n huisje, precies zoveel materiaal als wij naar boven hebben moeten brengen. Er is geen stromend water, geen riolering, geen elektriciteit. Wel wat honden, een paar kippen die van het bed fladderen als ik er langsloop, de muffe geur van het continu opwaaiende stof en her en der levensgevaarlijke gaten in de grond – de putten voor de riolering zijn een paar jaar geleden al geslagen. Wiens plan dat precies is geweest en wanneer het precies wordt afgerond wordt blijft onduidelijk.

De kinderen lachen, high-fiven en willen Engels oefenen, ook al vinden ze het toch weer spannend. De ouders knikken vriendelijk en dankbaar als ze ons een glaasje pepsi aanbieden. De hond, een teefje, dus een perrita, zorgt ervoor dat ze tenminste één keer aan al onze benen heeft gesnuffeld. Als de nieuwe casita gebouwd is, veeg ik in de brandende zon het zweet van mijn voorhoofd en kijk ik over een haast eindeloos dal met nog veel meer van deze huisjes, gezinnen en families.

‘This is why we travel, don’t you?’ zeg ik tegen een reisgenoot. Ik realiseer me op dat moment dat ik niet zou durven hopen dat dit effect heeft op het grotere geheel en ik het niet eens gedaan heb omdat ik iets goeds doe voor een ander of dat ik daarmee een schaamte- of schuldgevoel probeer te bedwingen. Ik heb het gedaan omdat ik het nu gezien heb en dat ook kan vertellen. Het is een modewoord, ik weet het, maar er is toch verbinding gemaakt. Of ik daar diezelfde god voor moet danken weet ik niet, maar de eerstvolgende keer dat ik iemand op een feestje cynisch over wereldverbeteraars hoor praten denk ik dat ik met deze ervaring in de achterzak een iets ander geluid zal laten horen.

Het is het eerste uitje na mijn tien dagen isolatie. Ik heb een dikke anderhalve week achter de rug waarin verveling, Netflix, eten zonder smaak en onbekeken Machu Picchu-foto’s van reisgenoten de hoofdrol speelden, maar ik zat in een appartement met een bad waar ik alles kon laten bezorgen wat mijn hartje begeerde, in een land waar ik naartoe heb kunnen vliegen, in een situatie die de meeste mensen in de wereld zich niet kunnen veroorloven. Mijn grootste probleem is dat ik me afvraag wat ik met mijn leven moet omdat ik domweg te veel mogelijkheden heb. Normita – ze is hooguit één meter veertig – weet in een ontroerende speech recht uit het hart te vertellen dat dat allemaal niet belangrijk is. ‘Zorg voor de zieke mensen in je familie en laat je niet in de war brengen door vetes. Het kan allemaal zomaar over zijn’. Ze bidt voor gezondheid voor al onze families. De rest is onzin, hoor ik tussen de regels.

We vliegen morgen naar Medellín. Iedereen is Lima zat. Het grijze weer, het gedoe met de COVID en de quarantaine, de dubbele mondkapjes, de City Manager die nog steeds ziek thuis zit, nog een afgehaakte medereiziger en ééntje die naar huis moest vanwege een sterfgeval in de familie – ze komt gelukkig wel weer terug – tijd voor een nieuwe start, een nieuw plekje, een nieuwe casita in Colombia waar de vrijheid groot is – geen restricties, geen mondkapjes, geen testen-voor-toegang. We kunnen dan Lima achter ons laten. Gelukkig, verzuchtten de meesten, gelukkig, wij wel.

Misschien stuur ik Norma wel een kaartje…

3 Comments

Leave a Reply

Your email is never shared.Required fields are marked *